9,3 uit 568 beoordelingen

In Cheyenne Wyoming hoef je je fantasie niet te gebruiken om het Wilde Westen te ervaren — het ís er gewoon nog. De stad ontstond als belangrijke spoorwegpost op de route tussen Chicago en San Francisco, en groeide al snel uit tot een centrum van veetransport en cowboycultuur. Vandaag de dag is Cheyenne de hoofdstad van Wyoming én het kloppende hart van westerntradities. Je kunt er historische musea bezoeken, de sporen van de Union Pacific Railway volgen of je onderdompelen in Cheyenne Frontier Days, het grootste rodeofestival ter wereld. Toch is het geen stad die stilstaat in het verleden. Je vindt er moderne hotels, lokale brouwerijen, een verrassend kunstaanbod en toegang tot wandelroutes en natuurgebieden net buiten de stad. Cheyenne combineert cultuur, geschiedenis en buitenleven op een manier die helemaal past bij een roadtrip door het Amerikaanse westen.

Let op: de genoemde prijs is een vanafprijs en kan variëren op basis van datum en beschikbaarheid.
Let op: de genoemde prijs is een vanafprijs en kan variëren op basis van datum en beschikbaarheid.
Let op: de genoemde prijs is een vanafprijs en kan variëren op basis van datum en beschikbaarheid.
Let op: de genoemde prijs is een vanafprijs en kan variëren op basis van datum en beschikbaarheid.
In de sectie Wat te doen! vind je normaal gesproken een overzicht van excursies in deze plaats.
Op dit moment zijn er helaas nog geen items beschikbaar.
We werken eraan om binnenkort inspirerende excursies toe te voegen.
Scroll gerust verder voor alle andere informatie over deze plaats, van hoogtepunten tot praktische tips!
Boek je een rondreis door Amerika met UStravel.nl? Dan maken wij met liefde een persoonlijk routeboek voor je, helemaal afgestemd op jouw reis. In dit boek vind je alle informatie die je nodig hebt: van je huurauto en hotels tot de mooiste stops onderweg, leuke tips en praktische reistijden.
Geen standaardgids, maar een routeboek dat naadloos aansluit op jouw reisschema. Zo weet je precies wat je wanneer kunt verwachten en reis je ontspannen van dag tot dag.
Boek je een rondreis door Amerika met UStravel.nl? Dan maken wij met liefde een persoonlijk routeboek voor je, helemaal afgestemd op jouw reis. In dit boek vind je alle informatie die je nodig hebt: van je huurauto en hotels tot de mooiste stops onderweg, leuke tips en praktische reistijden.
Geen standaardgids, maar een routeboek dat naadloos aansluit op jouw reisschema. Zo weet je precies wat je wanneer kunt verwachten en reis je ontspannen van dag tot dag.

Cheyenne ligt in het uiterste zuidoosten van Wyoming, vlak bij de grens met Colorado en Nebraska. De stad ligt op een hoogte van ruim 1850 meter en wordt omringd door open graslanden, brede luchten en hier en daar een ranch of windmolen op de horizon. Dit is het overgangsgebied tussen de Great Plains en de Rocky Mountains. Bergen zie je hier nog niet, maar de lucht is er net zo indrukwekkend: uitgestrekt, helder en vaak gevuld met stapelwolken die in de zomermiddag veranderen in korte, hevige buien. Cheyenne ligt op een kruising van wegen die al sinds de 19e eeuw belangrijk waren. Eerst voor migranten, toen voor spoorlijnen, nu voor reizigers die op zoek zijn naar het ‘echte’ westen, zonder de toeristische drukte van bekendere steden.
De stad werd in 1867 gesticht als hoofdkwartier voor de Union Pacific Railroad. Die spoorlijn moest de oost- en westkust van de Verenigde Staten met elkaar verbinden, en Cheyenne werd uitgekozen als logistiek knooppunt. In korte tijd groeide het uit van een verzameling houten barakken tot een stad met banken, winkels en een eigen krantenredactie. Door die explosieve groei kreeg Cheyenne al snel de bijnaam “Magic City of the Plains”. Vandaag de dag zie je dat verleden nog terug in het centrum, waar gebouwen als het Cheyenne Depot, de Old West Museum en verschillende 19e-eeuwse huizen de stad haar historische sfeer geven. Maar Cheyenne is geen openluchtmuseum: mensen wonen en werken hier gewoon, tussen de erfgoedgebouwen door.
Cheyenne ligt op een strategisch punt voor reizigers. Op slechts 1,5 uur rijden van Denver International Airport is het een handig begin- of eindpunt van een rondreis door het Amerikaanse binnenland. Vanuit de stad rijd je in een paar uur naar natuurgebieden als de Snowy Range, Rocky Mountain National Park of Mount Rushmore. Dichtbij liggen ook Fort Collins en Laramie, universiteitssteden met een levendige sfeer. Toch heeft Cheyenne zelf alles wat je nodig hebt voor een paar volle dagen. De stad is compact, vriendelijk en overzichtelijk, met hotels, restaurants, winkels en bezienswaardigheden allemaal binnen korte rijafstand.
Wat Cheyenne uniek maakt, is hoe het z’n geschiedenis niet alleen koestert, maar ook verweeft met het dagelijks leven. Hier zie je nog dat traditie iets praktisch is, niet alleen decoratief. Je kunt op een doordeweekse dag een koffie drinken op het plein bij het oude station en tegelijkertijd een man op laarzen en cowboyhoed voorbij zien lopen, niet als toerist, maar gewoon op weg naar z’n werk. En dat is misschien wel de beste samenvatting van Cheyenne: een stad waar het verleden nog ademhaalt, maar nooit in de weg staat.
Cheyenne ligt in het uiterste zuidoosten van Wyoming, vlak bij de grens met Colorado en Nebraska. De stad ligt op een hoogte van ruim 1850 meter en wordt omringd door open graslanden, brede luchten en hier en daar een ranch of windmolen op de horizon. Dit is het overgangsgebied tussen de Great Plains en de Rocky Mountains. Bergen zie je hier nog niet, maar de lucht is er net zo indrukwekkend: uitgestrekt, helder en vaak gevuld met stapelwolken die in de zomermiddag veranderen in korte, hevige buien. Cheyenne ligt op een kruising van wegen die al sinds de 19e eeuw belangrijk waren. Eerst voor migranten, toen voor spoorlijnen, nu voor reizigers die op zoek zijn naar het ‘echte’ westen, zonder de toeristische drukte van bekendere steden.
De stad werd in 1867 gesticht als hoofdkwartier voor de Union Pacific Railroad. Die spoorlijn moest de oost- en westkust van de Verenigde Staten met elkaar verbinden, en Cheyenne werd uitgekozen als logistiek knooppunt. In korte tijd groeide het uit van een verzameling houten barakken tot een stad met banken, winkels en een eigen krantenredactie. Door die explosieve groei kreeg Cheyenne al snel de bijnaam “Magic City of the Plains”. Vandaag de dag zie je dat verleden nog terug in het centrum, waar gebouwen als het Cheyenne Depot, de Old West Museum en verschillende 19e-eeuwse huizen de stad haar historische sfeer geven. Maar Cheyenne is geen openluchtmuseum: mensen wonen en werken hier gewoon, tussen de erfgoedgebouwen door.
Cheyenne ligt op een strategisch punt voor reizigers. Op slechts 1,5 uur rijden van Denver International Airport is het een handig begin- of eindpunt van een rondreis door het Amerikaanse binnenland. Vanuit de stad rijd je in een paar uur naar natuurgebieden als de Snowy Range, Rocky Mountain National Park of Mount Rushmore. Dichtbij liggen ook Fort Collins en Laramie, universiteitssteden met een levendige sfeer. Toch heeft Cheyenne zelf alles wat je nodig hebt voor een paar volle dagen. De stad is compact, vriendelijk en overzichtelijk, met hotels, restaurants, winkels en bezienswaardigheden allemaal binnen korte rijafstand.
Wat Cheyenne uniek maakt, is hoe het z’n geschiedenis niet alleen koestert, maar ook verweeft met het dagelijks leven. Hier zie je nog dat traditie iets praktisch is, niet alleen decoratief. Je kunt op een doordeweekse dag een koffie drinken op het plein bij het oude station en tegelijkertijd een man op laarzen en cowboyhoed voorbij zien lopen, niet als toerist, maar gewoon op weg naar z’n werk. En dat is misschien wel de beste samenvatting van Cheyenne: een stad waar het verleden nog ademhaalt, maar nooit in de weg staat.
Cheyenne verrast je niet met grootse bouwwerken of spectaculaire skylines, maar met details die je bijblijven. Het zijn juist die kleine plekken waar je per ongeluk tegenaan loopt, of waar je iets langer blijft hangen dan gepland, die deze stad karakter geven. Neem bijvoorbeeld het historische Cheyenne Depot, een robuust stationsgebouw uit 1887 van rode steen en koperkleurig dak. Binnenin vind je het Cheyenne Depot Museum, maar het plein ervoor is minstens zo levendig. Lokale muzikanten spelen er op warme avonden, kinderen rennen door de fonteinen en foodtrucks schuiven aan tijdens festivals of markten. Het voelt als het hart van de stad, en dat klopt ook.
Even verderop loop je The Wrangler binnen, een westernwinkel die al generaties meegaat. Hier koop je geen souvenirs, maar échte westernkleding: laarzen, riemen en hoeden. Je ziet klanten met stof op hun broekspijpen en modder aan hun schoenen, geen verkleedpartijen maar mensen die dit dagelijks dragen. Medewerkers stomen je hoed ter plekke op maat, en vertellen graag waar je het beste leer vandaan haalt. Zelfs als je niets koopt, is het een ervaring op zich.
Voor een totaal andere sfeer loop je naar The Paramount, een koffiezaak in een oud bioscoopgebouw waar de muren vol hangen met lokale kunst en de cappuccino wordt gezet zoals je die in een grote stad zou verwachten. Hier mengt het publiek: ambtenaren, kunstenaars, studenten en reizigers zitten kriskras door elkaar aan houten tafels. Op sommige dagen is er live muziek, op andere een kleine expositie of lezing. Het is zo’n plek waar je binnenloopt voor een koffie en een uur later nog zit.
Wie even wil ontsnappen aan de stad, rijdt naar het Paul Smith Children’s Village in de Cheyenne Botanic Gardens. Ook zonder kinderen is dit een verrassend rustgevende plek, met interactieve tuinen, kleine waterpartijen en zitplekken in de schaduw van wilgen en dennen. Het ligt op loopafstand van het centrum, maar voelt als een wereld apart, zeker op een warme zomerdag.
Wat Cheyenne bijzonder maakt, is dat deze unieke plekken niet voor de show zijn. Ze zijn onderdeel van het dagelijkse leven. Je hoeft er niets voor op te zoeken of te reserveren. Je stapt er gewoon naar binnen, kijkt rond en wordt vanzelf meegenomen in het ritme van de stad. Geen façade, geen filter, gewoon Cheyenne, zoals het is.
Cheyenne verrast je niet met grootse bouwwerken of spectaculaire skylines, maar met details die je bijblijven. Het zijn juist die kleine plekken waar je per ongeluk tegenaan loopt, of waar je iets langer blijft hangen dan gepland, die deze stad karakter geven. Neem bijvoorbeeld het historische Cheyenne Depot, een robuust stationsgebouw uit 1887 van rode steen en koperkleurig dak. Binnenin vind je het Cheyenne Depot Museum, maar het plein ervoor is minstens zo levendig. Lokale muzikanten spelen er op warme avonden, kinderen rennen door de fonteinen en foodtrucks schuiven aan tijdens festivals of markten. Het voelt als het hart van de stad, en dat klopt ook.
Even verderop loop je The Wrangler binnen, een westernwinkel die al generaties meegaat. Hier koop je geen souvenirs, maar échte westernkleding: laarzen, riemen en hoeden. Je ziet klanten met stof op hun broekspijpen en modder aan hun schoenen, geen verkleedpartijen maar mensen die dit dagelijks dragen. Medewerkers stomen je hoed ter plekke op maat, en vertellen graag waar je het beste leer vandaan haalt. Zelfs als je niets koopt, is het een ervaring op zich.
Voor een totaal andere sfeer loop je naar The Paramount, een koffiezaak in een oud bioscoopgebouw waar de muren vol hangen met lokale kunst en de cappuccino wordt gezet zoals je die in een grote stad zou verwachten. Hier mengt het publiek: ambtenaren, kunstenaars, studenten en reizigers zitten kriskras door elkaar aan houten tafels. Op sommige dagen is er live muziek, op andere een kleine expositie of lezing. Het is zo’n plek waar je binnenloopt voor een koffie en een uur later nog zit.
Wie even wil ontsnappen aan de stad, rijdt naar het Paul Smith Children’s Village in de Cheyenne Botanic Gardens. Ook zonder kinderen is dit een verrassend rustgevende plek, met interactieve tuinen, kleine waterpartijen en zitplekken in de schaduw van wilgen en dennen. Het ligt op loopafstand van het centrum, maar voelt als een wereld apart, zeker op een warme zomerdag.
Wat Cheyenne bijzonder maakt, is dat deze unieke plekken niet voor de show zijn. Ze zijn onderdeel van het dagelijkse leven. Je hoeft er niets voor op te zoeken of te reserveren. Je stapt er gewoon naar binnen, kijkt rond en wordt vanzelf meegenomen in het ritme van de stad. Geen façade, geen filter, gewoon Cheyenne, zoals het is.
Zodra je Cheyenne uitrijdt, begint het landschap te ademen. De stad ligt in een overgangszone tussen de vlakke Great Plains en de eerste uitlopers van de Rocky Mountains, wat zorgt voor een afwisselend decor van golvende graslanden, lage heuvels en kale rotspartijen. Wie het niet gewend is, zal misschien even moeten schakelen: geen dichte bossen of dramatische bergkammen, maar open ruimte, licht en stilte. En juist daarin schuilt de kracht van deze omgeving.
Op nog geen half uur rijden van de stad ligt Curt Gowdy State Park, een gebied met meren, granieten rotsformaties en tientallen kilometers aan wandel- en mountainbikeroutes. Hier loop je door dennenbossen, over open velden en langs het glinsterende water van Granite Springs en Crystal Lake. De routes zijn goed bewegwijzerd en variëren van makkelijk tot uitdagend. Onderweg hoor je de roep van een havik, zie je hagedissen over het pad schieten en met wat geluk spot je een muildierhert in de schaduw van een dennenboom. Vroeg in de ochtend is de kans op wild groter, en heb je sommige paden helemaal voor jezelf.
Dichter bij de stad vind je Lions Park, waar Cheyenne Botanic Gardens onderdeel van is. Dit stadspark is geen ruige wildernis, maar wel een plek waar je even kunt ontsnappen aan verkeer en gebouwen. Lokale joggers lopen er hun rondje, gezinnen picknicken op grasvelden en in het voorjaar en najaar zie je veel vogels, van kleurrijke zangvogels tot migrerende roofvogels. Rondom de kleine vijvers scharrelen eenden en soms zelfs bevers. Het is een fijne plek voor een rustige ochtendwandeling of om gewoon even met een koffie op een bankje te zitten.
Voor vogelspotters en natuurliefhebbers die iets verder willen rijden, ligt het High Plains Grasslands Research Station net ten westen van Cheyenne. Hier wordt onderzoek gedaan naar het ecosysteem van de prairie, maar delen van het terrein zijn open voor bezoekers. Je wandelt er door typisch prairiegrasland en hebt zicht op een landschap dat eeuwenlang ongerept bleef. Het lijkt leeg, maar als je de tijd neemt zie je hoe rijk het eigenlijk is: pronghorns in de verte, prairiehonden die waarschuwend piepen, en roofvogels die cirkelen boven de velden.
De natuur rond Cheyenne is niet spectaculair in de klassieke zin, maar biedt juist rust en ruimte. Hier draait het niet om hoogteverschillen of uitzichten met wow-factor, maar om het gevoel van openheid, van stilte en van kijken in plaats van doen. Voor wie zijn pas vertraagt en zijn ogen openhoudt, is het een landschap dat blijft hangen.
Zodra je Cheyenne uitrijdt, begint het landschap te ademen. De stad ligt in een overgangszone tussen de vlakke Great Plains en de eerste uitlopers van de Rocky Mountains, wat zorgt voor een afwisselend decor van golvende graslanden, lage heuvels en kale rotspartijen. Wie het niet gewend is, zal misschien even moeten schakelen: geen dichte bossen of dramatische bergkammen, maar open ruimte, licht en stilte. En juist daarin schuilt de kracht van deze omgeving.
Op nog geen half uur rijden van de stad ligt Curt Gowdy State Park, een gebied met meren, granieten rotsformaties en tientallen kilometers aan wandel- en mountainbikeroutes. Hier loop je door dennenbossen, over open velden en langs het glinsterende water van Granite Springs en Crystal Lake. De routes zijn goed bewegwijzerd en variëren van makkelijk tot uitdagend. Onderweg hoor je de roep van een havik, zie je hagedissen over het pad schieten en met wat geluk spot je een muildierhert in de schaduw van een dennenboom. Vroeg in de ochtend is de kans op wild groter, en heb je sommige paden helemaal voor jezelf.
Dichter bij de stad vind je Lions Park, waar Cheyenne Botanic Gardens onderdeel van is. Dit stadspark is geen ruige wildernis, maar wel een plek waar je even kunt ontsnappen aan verkeer en gebouwen. Lokale joggers lopen er hun rondje, gezinnen picknicken op grasvelden en in het voorjaar en najaar zie je veel vogels, van kleurrijke zangvogels tot migrerende roofvogels. Rondom de kleine vijvers scharrelen eenden en soms zelfs bevers. Het is een fijne plek voor een rustige ochtendwandeling of om gewoon even met een koffie op een bankje te zitten.
Voor vogelspotters en natuurliefhebbers die iets verder willen rijden, ligt het High Plains Grasslands Research Station net ten westen van Cheyenne. Hier wordt onderzoek gedaan naar het ecosysteem van de prairie, maar delen van het terrein zijn open voor bezoekers. Je wandelt er door typisch prairiegrasland en hebt zicht op een landschap dat eeuwenlang ongerept bleef. Het lijkt leeg, maar als je de tijd neemt zie je hoe rijk het eigenlijk is: pronghorns in de verte, prairiehonden die waarschuwend piepen, en roofvogels die cirkelen boven de velden.
De natuur rond Cheyenne is niet spectaculair in de klassieke zin, maar biedt juist rust en ruimte. Hier draait het niet om hoogteverschillen of uitzichten met wow-factor, maar om het gevoel van openheid, van stilte en van kijken in plaats van doen. Voor wie zijn pas vertraagt en zijn ogen openhoudt, is het een landschap dat blijft hangen.
Cheyenne is geen stad waar je van hoogtepunt naar hoogtepunt holt, maar een plek waar je de tijd neemt, en dat loont. De meeste bezienswaardigheden liggen op loop- of korte rijafstand van elkaar, wat het verkennen eenvoudig maakt. Begin in het historische centrum, bij het Cheyenne Depot Museum. Gevestigd in het originele stationsgebouw uit 1887 laat dit museum zien hoe belangrijk de Union Pacific Railroad was voor de ontwikkeling van het westen. Binnen zie je alles van oude uniformen tot modelspoorbanen, maar buiten op het plein is de sfeer minstens zo levendig. Hier staat ook de Old Number 4004, een gigantische stoomlocomotief die tot de grootste ooit gebouwde behoort. Zeker als je iets met techniek of historie hebt, is dit een indrukwekkende verschijning.
Op een paar minuten lopen van het depot ligt het Wyoming State Capitol, een statig gebouw met gouden koepel dat je kunt bezoeken. Binnen krijg je een inkijkje in de politieke geschiedenis van de staat, maar ook in de rol die vrouwen hier al vroeg speelden: Wyoming was de eerste staat waar vrouwen stemrecht kregen, en daar zijn ze nog steeds trots op. De rondleiding is gratis en duurt niet lang, dus ook geschikt als korte stop tijdens een stadswandeling.
Een paar straten verderop ligt het Cheyenne Frontier Days Old West Museum. Dit museum is het hele jaar geopend en biedt een permanente tentoonstelling over het jaarlijkse rodeofestival, inclusief originele karren, zadels, westernkleding en een uitgebreide collectie kunst. Wat opvalt is de persoonlijke benadering: veel objecten zijn gedoneerd door inwoners van Cheyenne, met kleine bordjes erbij waarop staat van wie het was, en waarom. Het maakt het verleden tastbaar. Bezoek je de stad in juli, dan zie je die verhalen tot leven komen tijdens Cheyenne Frontier Days, het grootste rodeofestival ter wereld.
Ook buiten de stad zijn er bezienswaardigheden die de moeite waard zijn. Op minder dan een uur rijden richting het westen ligt Vedauwoo Recreation Area, een surrealistisch landschap van granieten rotsblokken tussen dennenbossen. Je kunt er wandelen, klimmen of gewoon even zitten en om je heen kijken. Door de grillige vormen en de open ligging voelt het alsof je in een natuurfilm bent beland, maar zonder hordes toeristen.
Wil je het rustiger houden, dan is een bezoek aan Cheyenne Botanic Gardens een goed alternatief. Je vindt er wandelpaden tussen bloemen, een kas vol tropische planten, en uitzicht op de High Plains. Vooral in het voorjaar en najaar is dit een rustige, kleurrijke plek die verrassend veel lokale bezoekers trekt.
Cheyenne’s kracht zit niet in het massale, maar in hoe alles samenkomt: historie, landschap en westerncultuur liggen hier op loopafstand van elkaar, en nodigen uit om het tempo te verlagen. Zo ontdek je niet alleen wat er te zien is, maar ook wat de stad zelf uitstraalt: toegankelijk, eigenwijs en echt.
Cheyenne is geen stad waar je van hoogtepunt naar hoogtepunt holt, maar een plek waar je de tijd neemt, en dat loont. De meeste bezienswaardigheden liggen op loop- of korte rijafstand van elkaar, wat het verkennen eenvoudig maakt. Begin in het historische centrum, bij het Cheyenne Depot Museum. Gevestigd in het originele stationsgebouw uit 1887 laat dit museum zien hoe belangrijk de Union Pacific Railroad was voor de ontwikkeling van het westen. Binnen zie je alles van oude uniformen tot modelspoorbanen, maar buiten op het plein is de sfeer minstens zo levendig. Hier staat ook de Old Number 4004, een gigantische stoomlocomotief die tot de grootste ooit gebouwde behoort. Zeker als je iets met techniek of historie hebt, is dit een indrukwekkende verschijning.
Op een paar minuten lopen van het depot ligt het Wyoming State Capitol, een statig gebouw met gouden koepel dat je kunt bezoeken. Binnen krijg je een inkijkje in de politieke geschiedenis van de staat, maar ook in de rol die vrouwen hier al vroeg speelden: Wyoming was de eerste staat waar vrouwen stemrecht kregen, en daar zijn ze nog steeds trots op. De rondleiding is gratis en duurt niet lang, dus ook geschikt als korte stop tijdens een stadswandeling.
Een paar straten verderop ligt het Cheyenne Frontier Days Old West Museum. Dit museum is het hele jaar geopend en biedt een permanente tentoonstelling over het jaarlijkse rodeofestival, inclusief originele karren, zadels, westernkleding en een uitgebreide collectie kunst. Wat opvalt is de persoonlijke benadering: veel objecten zijn gedoneerd door inwoners van Cheyenne, met kleine bordjes erbij waarop staat van wie het was, en waarom. Het maakt het verleden tastbaar. Bezoek je de stad in juli, dan zie je die verhalen tot leven komen tijdens Cheyenne Frontier Days, het grootste rodeofestival ter wereld.
Ook buiten de stad zijn er bezienswaardigheden die de moeite waard zijn. Op minder dan een uur rijden richting het westen ligt Vedauwoo Recreation Area, een surrealistisch landschap van granieten rotsblokken tussen dennenbossen. Je kunt er wandelen, klimmen of gewoon even zitten en om je heen kijken. Door de grillige vormen en de open ligging voelt het alsof je in een natuurfilm bent beland, maar zonder hordes toeristen.
Wil je het rustiger houden, dan is een bezoek aan Cheyenne Botanic Gardens een goed alternatief. Je vindt er wandelpaden tussen bloemen, een kas vol tropische planten, en uitzicht op de High Plains. Vooral in het voorjaar en najaar is dit een rustige, kleurrijke plek die verrassend veel lokale bezoekers trekt.
Cheyenne’s kracht zit niet in het massale, maar in hoe alles samenkomt: historie, landschap en westerncultuur liggen hier op loopafstand van elkaar, en nodigen uit om het tempo te verlagen. Zo ontdek je niet alleen wat er te zien is, maar ook wat de stad zelf uitstraalt: toegankelijk, eigenwijs en echt.
Cheyenne ligt op een kruispunt van routes die je het Amerikaanse westen in alle richtingen laten verkennen. Of je nu je rondreis hier begint, eindigt of het ziet als tussenstop: je hebt keuze uit logische vervolgbestemmingen die stuk voor stuk weer een eigen verhaal vertellen. Rij je richting het westen, dan volg je de I-80 naar Laramie, een compacte universiteitsstad op nog geen anderhalf uur rijden. Hier combineer je historische architectuur met studentencafés, boekenwinkels en toegang tot de ruigere natuur van de Snowy Range. Je kunt in Laramie prima een nacht blijven, de stad biedt charmante hotels, zoals oude herbergen met veranda’s en moderne accommodaties met uitzicht op de bergen.
Ga je zuidwaarts, dan kom je al snel in Fort Collins, net over de grens met Colorado. Deze levendige stad heeft een historische binnenstad, een goed bewaarde spoorweggeschiedenis en tientallen brouwerijen waar je als bierliefhebber je hart ophaalt. Fort Collins is een fijne tussenstop voor wie vanuit Cheyenne richting Denver reist. Voor een overnachting kies je hier tussen boutiquehotels in het centrum of lodges aan de rand van de stad, vlak bij wandelroutes en parken.
De meeste reizigers zetten vanuit Cheyenne koers naar het westen of noorden, bijvoorbeeld richting Casper of verder naar Cody en Yellowstone National Park. Vanuit Cheyenne rij je in ongeveer 3,5 uur naar Casper, waar je kennismaakt met een andere kant van Wyoming: een stad waar pioniersgeschiedenis, rivierlandschap en bergsport samenkomen. Overnachten kan hier in hotels in het centrum of net buiten de stad, bijvoorbeeld aan de North Platte River. Vanuit Casper kun je via Thermopolis en de Bighorn Mountains doorreizen naar Cody, en zo Yellowstone binnenrijden via de oostelijke ingang, een route met veel afwisseling.
Ook richting het oosten valt er wat te beleven. Via de I-80 bereik je in een paar uur Scottsbluff en Chimney Rock in Nebraska, waar het landschap langzaam verandert in glooiende akkers en zandstenen formaties. Deze route voert je langs delen van de historische Oregon Trail, met onderweg mogelijkheden om te kamperen, wandelen of gewoon even stil te staan bij hoe groot en leeg dit deel van het land nog is.
Voor een alternatieve route kun je ook noordwaarts rijden naar Devils Tower National Monument. Deze opvallende rotsformatie rijst loodrecht op uit het omliggende landschap en ligt in een gebied waar prairies overgaan in beboste heuvels. Je rijdt er in zo’n vijf uur naartoe, met onderweg genoeg mogelijkheden om te pauzeren in kleine stadjes, op parkeerplaatsen met uitzicht, of voor een nacht in een eenvoudige cabin. Combineer je Devils Tower met een bezoek aan de Black Hills en Mount Rushmore, dan heb je een prachtig rondje westelijk Amerika in handen.
Welke richting je ook kiest, Cheyenne vormt een natuurlijk schakelpunt in je route. De stad is groot genoeg om even bij te tanken, letterlijk en figuurlijk, maar overzichtelijk genoeg om het gevoel van ruimte en rust vast te houden. Vanuit hier begint je volgende hoofdstuk, met de vertrouwde geur van leer, de echo van een stoomfluit of het uitzicht op eindeloze grasvlaktes nog vers in je geheugen.
Cheyenne ligt op een kruispunt van routes die je het Amerikaanse westen in alle richtingen laten verkennen. Of je nu je rondreis hier begint, eindigt of het ziet als tussenstop: je hebt keuze uit logische vervolgbestemmingen die stuk voor stuk weer een eigen verhaal vertellen. Rij je richting het westen, dan volg je de I-80 naar Laramie, een compacte universiteitsstad op nog geen anderhalf uur rijden. Hier combineer je historische architectuur met studentencafés, boekenwinkels en toegang tot de ruigere natuur van de Snowy Range. Je kunt in Laramie prima een nacht blijven, de stad biedt charmante hotels, zoals oude herbergen met veranda’s en moderne accommodaties met uitzicht op de bergen.
Ga je zuidwaarts, dan kom je al snel in Fort Collins, net over de grens met Colorado. Deze levendige stad heeft een historische binnenstad, een goed bewaarde spoorweggeschiedenis en tientallen brouwerijen waar je als bierliefhebber je hart ophaalt. Fort Collins is een fijne tussenstop voor wie vanuit Cheyenne richting Denver reist. Voor een overnachting kies je hier tussen boutiquehotels in het centrum of lodges aan de rand van de stad, vlak bij wandelroutes en parken.
De meeste reizigers zetten vanuit Cheyenne koers naar het westen of noorden, bijvoorbeeld richting Casper of verder naar Cody en Yellowstone National Park. Vanuit Cheyenne rij je in ongeveer 3,5 uur naar Casper, waar je kennismaakt met een andere kant van Wyoming: een stad waar pioniersgeschiedenis, rivierlandschap en bergsport samenkomen. Overnachten kan hier in hotels in het centrum of net buiten de stad, bijvoorbeeld aan de North Platte River. Vanuit Casper kun je via Thermopolis en de Bighorn Mountains doorreizen naar Cody, en zo Yellowstone binnenrijden via de oostelijke ingang, een route met veel afwisseling.
Ook richting het oosten valt er wat te beleven. Via de I-80 bereik je in een paar uur Scottsbluff en Chimney Rock in Nebraska, waar het landschap langzaam verandert in glooiende akkers en zandstenen formaties. Deze route voert je langs delen van de historische Oregon Trail, met onderweg mogelijkheden om te kamperen, wandelen of gewoon even stil te staan bij hoe groot en leeg dit deel van het land nog is.
Voor een alternatieve route kun je ook noordwaarts rijden naar Devils Tower National Monument. Deze opvallende rotsformatie rijst loodrecht op uit het omliggende landschap en ligt in een gebied waar prairies overgaan in beboste heuvels. Je rijdt er in zo’n vijf uur naartoe, met onderweg genoeg mogelijkheden om te pauzeren in kleine stadjes, op parkeerplaatsen met uitzicht, of voor een nacht in een eenvoudige cabin. Combineer je Devils Tower met een bezoek aan de Black Hills en Mount Rushmore, dan heb je een prachtig rondje westelijk Amerika in handen.
Welke richting je ook kiest, Cheyenne vormt een natuurlijk schakelpunt in je route. De stad is groot genoeg om even bij te tanken, letterlijk en figuurlijk, maar overzichtelijk genoeg om het gevoel van ruimte en rust vast te houden. Vanuit hier begint je volgende hoofdstuk, met de vertrouwde geur van leer, de echo van een stoomfluit of het uitzicht op eindeloze grasvlaktes nog vers in je geheugen.
Cheyenne ligt in het zuidoosten van Wyoming, op slechts een paar kilometer van de grens met Colorado. Met ongeveer 65.000 inwoners is het de grootste stad van de staat én de hoofdstad, maar alles aan Cheyenne voelt overzichtelijk en gemoedelijk. De stad ligt op een kruising van twee belangrijke snelwegen: de I-25, die noord-zuid door het binnenland loopt, en de I-80, die je in oost-westrichting van Nebraska naar Salt Lake City brengt. Dat maakt Cheyenne een praktische uitvalsbasis voor reizigers, maar het is vooral een plek met een uitgesproken identiteit. Dit is geen doorsnee hoofdstad, maar een stad met cowboywortels, een rijke spoorweggeschiedenis en verrassend veel levendigheid.
Cheyenne werd in 1867 gesticht toen de Union Pacific Railroad zich hier vestigde tijdens de aanleg van de transcontinentale spoorlijn. De trein bracht mensen, goederen, veetransport en economische groei. In minder dan een jaar groeide Cheyenne van een tentenkamp uit tot een volwaardige stad. Die geschiedenis is nog steeds zichtbaar en voelbaar, vooral in het Cheyenne Depot Museum, gevestigd in het originele stationsgebouw aan het Depot Plaza. Hier zie je niet alleen oude locomotieven en spoorattributen, maar ook hoe Cheyenne zich ontwikkelde tot knooppunt van betekenis in het Amerikaanse westen. Buiten op het plein staat een levensgrote stoomlocomotief opgesteld die je niet kunt missen, het is een fotomoment dat bijna elke reiziger meeneemt.
Wat Cheyenne echt uniek maakt, is de manier waarop de stad haar geschiedenis combineert met het dagelijkse leven. Elk jaar in juli vindt hier Cheyenne Frontier Days plaats, een tiendaags evenement dat het hele centrum omtovert tot westernfestival. Het is geen verkleedpartij voor toeristen, maar een lokaal geworteld festival dat rodeo’s, paardenshows, parades en concerten samenbrengt. Bezoekers kunnen overdag naar het oude fort of het Frontier Days Museum, en ’s avonds meedeinen op live countrymuziek in openluchtstadions. Tijdens dit festival verdubbelt de bevolking tijdelijk en draait alles om de cowboycultuur, compleet met lassodemonstraties, chuckwagon races en line dancing op straat.
Maar ook buiten het festivalseizoen biedt Cheyenne genoeg. In het centrum kun je winkelen in winkels zoals The Wrangler, waar je alles vindt van leren laarzen tot westernhemden, of binnenlopen bij kleine boetieks met lokale kunst. Er zijn koffiezaken waar je latte drinkt tussen studenten en ambtenaren, zoals bij The Paramount, en microbrouwerijen zoals Danielmark’s Brewing Company waar je een lokaal gebrouwen IPA proeft op een zonnig terras. Ook opvallend: de stad investeert zichtbaar in kunst en cultuur. Overal zie je muurschilderingen, beelden in parken en kleine galerieën die regionale kunstenaars een podium geven.
Voor natuurliefhebbers ligt het prachtige Curt Gowdy State Park op slechts een half uur rijden ten westen van de stad. Hier kun je wandelen, mountainbiken, vissen en zelfs kajakken op kristalheldere meren tussen de granieten rotsformaties. De omgeving is ruig, maar toegankelijk, en in het voor- en najaar kun je hier uren wandelen zonder veel mensen tegen te komen. Voor wie het liever rustiger houdt, is er het Botanic Gardens complex in Cheyenne zelf, kleinschalig, maar mooi aangelegd en gratis toegankelijk.
In de winter is Cheyenne geen skibestemming, maar het omliggende platteland biedt wél ruimte voor sneeuwschoenwandelingen en langlaufen. Het landschap wordt dan stiller en weidser. Door de ligging op 1850 meter hoogte kunnen de winters streng zijn, maar de luchten blijven vaak strakblauw, ook bij -10 graden.
Qua bereikbaarheid zit je hier goed. Cheyenne ligt op ongeveer 1,5 uur rijden van Denver International Airport, wat het een logische start- of eindplek maakt voor een rondreis. De stad zelf is overzichtelijk en makkelijk te navigeren met de auto. Er zijn hotels in alle prijsklassen: van historische stadshotels tot moderne ketens. Alles ligt op korte afstand van het centrum, wat het prettig maakt voor reizigers die niet te veel willen schakelen tijdens hun verblijf.
Cheyenne voelt als een plek waar traditie en vernieuwing elkaar niet in de weg zitten. Je kunt er op maandagochtend een espresso drinken bij een hippe koffiezaak, en ’s middags een demonstratie lassowerpen zien bij het oude fairground-terrein. Het is een stad met karakter, waar je het gevoel hebt even onderdeel te zijn van het echte Amerika, met stoffige randjes, maar ook met warmte en trots.
Gewoon goed geregeld, zodat je ter plekke niets hoeft te improviseren


De beste reistijd voor Cheyenne Wyoming is van mei tot en met september. In deze maanden is het weer stabiel, zijn de meeste evenementen in volle gang en kun je optimaal gebruik maken van alles wat de stad en omgeving te bieden hebben. De zomermaanden zijn het drukst, maar ook het meest levendig: je vindt er dan een combinatie van warm weer, lange dagen en een agenda vol activiteiten.
Mei en juni zijn ideaal voor wie wil wandelen, fietsen of natuurparken als Curt Gowdy State Park wil verkennen zonder de zomerdrukte. Het landschap staat dan in bloei, de temperaturen zijn nog mild en de kans op neerslag is klein. Juli is het absolute hoogtepunt qua evenementen. Niet alleen vanwege Cheyenne Frontier Days, maar ook omdat de stad dan echt tot leven komt. Hou dan wel rekening met hogere prijzen voor accommodaties en drukte in de stad.
Augustus is warm en zonnig, maar net iets rustiger dan juli. Ideaal als je wilt profiteren van het zomerse buitenleven, maar niet per se voor de festivals komt. September is een aanrader voor reizigers die het graag iets koeler en rustiger hebben. De herfstkleuren beginnen te verschijnen, vooral in de natuur net buiten de stad, en de temperaturen zijn nog steeds comfortabel.
De wintermaanden, van november tot maart, brengen koude dagen en nachten met zich mee. Door de ligging op ruim 1800 meter hoogte zijn sneeuwval en stevige wind geen uitzondering. Toch zijn er ook dan mogelijkheden om te wandelen of langlaufen in de omgeving, al zijn de meeste bezienswaardigheden in de stad zelf gewoon toegankelijk. Cheyenne is geen wintersportplaats, maar wel sfeervol als je houdt van frisse lucht, heldere luchten en een stad zonder toeristische drukte.


Op zaterdag en zondag is het park geliefd bij inwoners van Cheyenne en zelfs uit Denver. Door de week is het rustiger en heb je wandelpaden, meren en uitzichtpunten vaak voor jezelf.
In winkels zoals The Wrangler koop je cowboyhoeden die ter plekke op maat worden gestoomd. Zo heb je een functioneel én typisch souvenir, en hoef je geen onhandige verpakking mee te slepen.
Tijdens Cheyenne Frontier Days is er veel te doen, op meerdere locaties. Met een kaart weet je waar je moet zijn voor rodeo’s, concerten of foodtrucks, en voorkom je verdwalen in de drukte.
’s Middags kan het er drukker worden, vooral tijdens evenementen. Ga vroeg en combineer het met koffie op Depot Plaza, waar het langzaam wakker wordt.
Reizigers die bij ons hebben geboekt, delen hier hun ervaringen. Over de voorbereiding, de reis zelf en hoe het is om met ons samen te werken. Deze reviews geven een eerlijk beeld van wat je van ons kunt verwachten. Gemiddeld scoren we een 9,3 uit 157 beoordelingen!